Ik zorg dat ik vroeg wakker ben. Om 6.45 uur zal de verpleging de verdovende zalf op Elze haar handen smeren. Wat Elze daar precies van vindt betwijfel ik en daarom zorg ik dat ik klaar ben met alles wat ik te doen heb. Dus om 6.15 uur sta ik naast mijn stretcher.
Elze vindt de zalf echter prima. Ik verwacht dat ze zal willen eten
en drinken, maar ook daar vraagt ze niet om. Om 7.15 uur stapt Paul binnen. We kleden Elze om in haar berenjurk en laten haar nog even lekker spelen en rommelen, klimmen en klauteren. Nu kan het nog.
Om 7.45 uur worden we opgehaald om mee te gaan naar de OK beneden. Elze vindt het prima. Even vrolijk als anders zit ze op mijn arm en zwaait nog vrolijk naar pappa. Beneden moeten we lang wachten. Ik kleed me vast om in een gele jurk-jas en zet een blauw petje op mijn hoofd. Elze vindt het even vreemd, maar laat het daarna voor wat het is. We doden de tijd met het bekijken van de muurschildering: een eiland met allerlei kleine details.
Dan mogen we verder en worden opgewacht door een zestal mensen. De orthopeed komt bij ons zitten en checkt of dit werkelijke Elze is en of de pijl nog op het juiste been staat. Daarna verdwijnt hij en neemt de anesthesist het over. Zij haalt de stickers van Elze’s handen en veegt de zalf weg. Vervolgens prikt ze de infuusnaald in één keer goed in Elze’s hand. Elze geeft geen kick. De verdovende zalf doet zijn werk perfect. Al die tijd zit Elze bij mij op schoot, maar vanaf nu moet ze op de brancard omdat ze weg zal vallen als ze het narcosemiddel inspuiten.
Vanaf dan vindt Elze het niet leuk. Ze doet alles wat in haar macht is om op mij te klimmen. Gelukkig mag ze tegen mij aan zitten en hoeft ze niet te liggen. Ze spuiten eerst een heldere vloeistof naar binnen en dan het narcosemiddel wat eruit ziet als melk. De pedagogisch medewerker en anesthesist noemen het slaapmelk. Elze stribbelt tegen. Een tweede dosis moet eraan te pas komen en dan valt ze weg in mijn armen. Voorzichtig leg ik haar neer en geef haar een kus. Een man neemt alle zorg voor haar hoofd over. Haar ogen draaien weg en zijn nog open. Iemand geeft het zuurstofkapje aan en ik kijk de anesthesist aan met tranen in mijn ogen. Dan weet ik niet hoe snel ik weg moet komen.
In de gang stort ik in bij de verpleegkundige die met me meegelopen was. Verschrikkelijk wat voel ik me ellendig. Na een tijdje herpak ik mezelf en loop verdrietig naar boven. Daar zit Paul te wachten en bij hem huil ik nog een rondje verder.
Dan begint het lange wachten…. 2,5 uur worden bijna 3,5. De eerste tijd lees ik nog een boek, het laatste uur loop ik zenuwachtig heen en weer of kijk naar buiten zonder iets te zien. Dan komt de verpleegkundige om me te halen en ik ren achter haar aan naar beneden. Gelukkig nemen we weer de trap.
In de uitslaapkamer is een verpleger bezig met Elze die haar bed afbreekt. Haar pop ligt in de hoek van de kamer. De verpleger probeert een speen op een flesje suikerwater te draaien zodat Elze kan drinken, maar dat is lastig doordat Elze al probeert te draaien. Ze moet op haar rug liggen, maar daar denkt zij duidelijk anders over. Als ze me ziet, begint ze te huilen. Het flesje suikerwater knalt ze de verpleger uit zijn handen op de grond waarna hij zuchtend aan een nieuwe speen op het flesje gaat draaien. Hij vraagt mij of ze pijn heeft. Ik krijg slecht contact met Elze. Ze draait, schreeuwt en huilt. Ik krijg het idee dat ze boos is en ik vraag haar dat. Van diep uit haar buik klikt hard en grondig: ‘JA!’ Vanaf dat moment heb ik contact. Ik vraag haar of ze wil drinken. Ze geeft aan dat ze mijn borst wil. Ik vraag of dat mag, want ja, zij moet op haar rug blijven liggen. Desnoods ga ik erboven hangen, denk ik. Maar de verpleger haalt een stoel. Hij haalt Elze uit bed, want ze zit aan allerlei snoeren en legt haar in mijn armen. Ik vraag of ze pijn heeft en zacht zegt ze ‘ja.’ Terwijl ze bij mij drinkt krijgt ze een extra pijnstiller in het infuus. Dat moet in 10 minuten werken. Gelukkig helpt het ook.
Als ze rustiger wordt is er ruimte voor haar en voor mij om rond te kijken. De verpleger helpt intussen een ander en stelt zich netjes voor als de moeder van het kind achter ons binnen komt. Iets wat bij ons helemaal niet is gebeurd, bedenk ik me. Dit kind is ook veel rustiger dan Elze. Het huilt niet eens! Ze wil niet van mijn borst los en ik vraag me af hoe we boven moeten komen. Ik vraag haar of ze naar pappa wil. Ze wordt direct enthousiast. Ik leg uit dat ze dan even in het bed moet. Dat wil ze niet, maar toch legt ze zich er na 3 tranen bij neer.
Boven komt ze verder tot rust in Pauls armen. Eindelijk even geen heisa meer. Na een tijdje wordt ze moe en valt aan de borst
in slaap. We leggen haar voorzichtig in bed.
Als ze wakker wordt heeft ze honger. Ze krijgt wat vla en later een boterham. Alles lijkt goed te gaan. Tot ze na een tijdje bij mij op schoot zit en alles er in één keer uitgooit. Zowel zij als ik zitten onder. Het gips is al direct vies! Zo goed en zo kwaad als het kan maken we haar schoon. Voor mij zit er niets anders op dan te gaan douchen als Elze schoon is.
Nu ze leeg is, wil ze gelijk weer eten. We proberen nog maar weer iets.
Maar ook dat komt er een paar uur later weer uit, als ik haar vast heb. Deze keer weet ik haar alleen net op tijd weg te draaien en ligt het meeste op de grond. De verpleegkundige besluit iets tegen de misselijkheid te geven. Dat helpt. Het eten blijft erin en het gaat beter. Zo goed dat we haar even later op haar knieën zien zitten in haar bed. De verpleegkundige staat versteld! De meeste kindjes met gips liggen netjes op hun rug. Elze heeft knalroze gips van haar middel tot net boven haar knieën. Beter dan vorig jaar, toen zat het tot haar enkels. Maar hierdoor kan ze nu wel meer bewegen en daar maakt ze direct gebruik van. Ze lijkt de beweging van vorig jaar nog te beheersen, want op de
uitslaapkamer kan ze al draaien met gips. Vorig jaar lukte haar dat na een aantal weken pas. En nu zit ze dus op haar knieën. Het lijkt me niet heel verstandig als ze een paar uur daarvoor je heupbot hebben ingezaagd, maar hoe hou ik haar tegen? Ik heb gezien hoe ze met de verpleger beneden heeft gevochten, ik vraag me af waarom ik dat wel zou winnen en besluit de wedstrijd niet aan te gaan. We horen wel wat de arts ervan vindt.
De arts vindt het beter dat ze op haar rug ligt en het niet teveel belast, maar ja, zegt hij. Dat gaat bij haar niet lukken…. dus ja… ja…. ja…
Hij vertelt dat de operatie erg goed is gelukt. Het zit erg strak en hij heeft gelukkig geen stalen pin nodig gehad. Hij kon het met een botslinter van de heupkam af.
Ook het avondeten blijft binnen en we besluiten ons klaar te maken voorde nacht. Elze slaapt al snel, net als thuis, op haar buik. We hebben haar geprobeerd op haar rug te leggen. Ze heeft erg dikke voeten en benen vanwege het vocht, maar ze draait zich in hoog tempo op haar buik. Net als thuis. Dan maar op haar buik, besluiten we in overleg met de verpleging. Slaap en ontspanning is ook veel waard. We hebben nog steeds geen kamergenoot en die nacht slapen we beter dan de nacht ervoor.