controle heupen en ogen

Vandaag, 2 weken na de operatie, mochten we het komen laten checken. Zowel het gips wordt helemaal nagelopen (nergens drukpunten of scherpe randen, zit het nog steeds stevig genoeg?) en met behulp van een foto wordt gekeken hoe haar heup heelt.
Over beide waren zowel de orthopeed als de gipsmeester te spreken. Het verliep allemaal erg vlot. We hebben ook een datum gekregen wanneer het gips er weer af mag. Dinsdag 5 juni is de dag! Daarna zal ze, zo hoorden we nu, toch wel weer iets om haar benen krijgen om haar zwabberbeentjes te ondersteunen en weer in de goede stand te krijgen.
De laatste keer dat ik ernaar vroeg zouden ze na het gips helemaal niets meer krijgen en nu horen we weer dit. Af en toe irriteert de tegenstrijdigheid me wel eens, maar vooruit. Ik wil graag duidelijkheid, maar goed. De komende 4 weken heb ik die en verder wachten we het maar weer af…

Vorige week vrijdag gingen we bepakt en bezakt nog even naar het ziekenhuis hier in het dorp voor een ogencheck. Luuk z’n controle en Elze mocht ook gedruppeld en gecheckt. Dit omdat de afwijking van Luuk erfelijk is en Elze bij de eerste controle niet met een volledig geslaagd diploma het pand verliet. Dus nog een keer terug. Elze, inmiddels voorzien van een klein trauma voor witte jassen en vooral hun apparatuur, schreeuwde moord en brand. Gelukkig heeft de orthoptist de oogarts even ingeseind, die speciaal voor Elze zijn witte jas even aan de kapstok had gehangen. Samen met de oogarts zong ik van ‘in de manenschijn’ en ‘poesje mauw’ terwijl hij haar ogen probeerde te controleren. Voor zover gelukt konden we zien dat het goed was. Elze kan gelukkig wel diepte zien, maar haar zicht zou iets beter moeten kunnen. Al is het niet slecht. Voorlopig geen pleisters en ook geen bril, wel over een half jaartje weer terug.

Luuk heeft een grote verandering doorgemaakt. Hij kon voor het eerst diepte zien in de magische boeken van de orthoptist! Dat gaat vooruit! Ook op afstand kan hij nu weer een regel verder benoemen! Het was zo verbeterd dat we in plaats van 4 uur, nu nog maar 2 uur hoeven te plakken. En omdat er geen dominant oog meer is, plakken we nu de ene dag het linker oog en de andere dag het rechter. Om te voorkomen dat de dominatie niet overslaat op het andere oog of er een terugslag komt.
Over 3 maanden mogen we terug.

Thuis

Thuis gekomen arriveert al vrij snel de postbode met de gehuurde stoel van www.kiekhipwear.com. Elze test hem uit. Een fijne stoel waar ze goed in kan zitten. Maar gelukkig past ze ook nog in de kinderstoel en het autostoeltje. We krijgen hoop. Ze past vast ook in de bakfiets en ook haar bed zal geen probleem zijn.

Slapen gaat goed, maar de volgende dag wordt een mindere. Het begint al ‘s morgens vroeg, haar luier is totaal doorgelekt. Niet alleen haar romper, maar ook het gips. Omdat nat gips schuurplekken op gaat leveren. Er zit niets anders op dan het gips met de föhn droog te blazen. Tot grote angst van Elze. Luuk staat naast haar en Elze vertelt hem: ‘Loek, ik eng, ik uilen, Loek!’

We gaan nog even naar de markt, want verder ging het goed. Tot die middag. Elze poept haar luier vol. Zo vol dat de poep ook onder het gips zit. Ik maak het zo goed mogelijk schoon, maar maak me grote zorgen om de wond. Na telefonisch contact met het ziekenhuis gingen we met de tips aan het werk. Er zat niets anders op dan zoveel mogelijk met gaasjes onder het gips de boel schoon te maken. Tot groot verdriet van Elze. Om haar schoon te krijgen moest ik met mijn vingers onder haar gips. Het duwen op haar blauwe plekken deed haar pijn. Ik had geen idee hoe en waar de wond precies zou zitten, maar het moest schoon. De dagen erna moest ik in de gaten houden of ze geen koorts zou krijgen. Meer kon ik niet doen.
Toen ik klaar was, ben ik met Elze dicht tegen me aan op bed gaan zitten. Snikkend is ze tegen me aan in slaap gevallen. En toen mocht en kon ik zelf ook eindelijk de tranen van afgelopen week laten gaan. Wat deed het me pijn om haar zo’n pijn te moeten doen….
Later die dag heeft ze nog 2 keer een luier vol gepoept, waarvan er 1 weer zo onder het gips.

Daarna ging het beter. Ook het vermaak ging vooruit. Al is ze maar kort te entertainen. Ze kan ziten en kruipen. Met de dag gaat ze meer kunnen. Al snel kruipt/tijgert ze over de vloer en zien we haar ineens naast een bak playmobile zitten.
Vooral tijdens het koken is het moeilijk om haar bezig te houden. Ze wil veel en graag op mijn arm zitten en dat kookt toch erg lastig. Daarom zit ze vaak in de doek op mijn rug.
Op woensdag ontdekken we het loopfietsje. Hier kan ze nu goed op zitten en zich zelf voortbewegen. In de tuin geniet ze van het heerlijke weer.

Inmiddels kan ze zonder pijnstilling en ook de luierwisselingen gaan nu bijna pijnloos. De wond zal helen en Elze haar benen en middel worden slanker zodat we er beter bij kunnen. Paul heeft tot nu toe nog geen luiers verschoond, ook omdat hij veel dikkere vingers heeft dan ik en haar nog meer pijn zou doen. Maar volgende week ga ik weer werken en mag ook hij aan de bak. Dat zal vast lukken.

Paul en ik realiseren ons dat we ineens ook in een circus van een kinderarts over Elze haar groei beland zijn. We stellen onze vragen erbij. Is dit wel zo nodig? Elze is klein, maar nooit ziek. Willen we haar nog meer onderzoeken laten ondergaan? We besluiten om het ziekenhuis te bellen en eerst maar eens een telefonisch consult met een kinderarts aan te vragen. Laten we eerst maar eens goed navragen waarom dit nu nodig is. Dat borstvoeding minder ijzer zou bevatten en daardoor de oorzaak zou kunnen zijn geloven we niet. Bij borstvoeding.com  lees ik een stuk dat hier ook geen oorzaak hoeft te liggen. (http://www.borstvoeding.com/voedselintroductie/vitaminen/extra.html)Borstvoeding bevat inderdaad minder ijzer dan koemelk en/of opvolgmelk, maar in tegenstelling tot koemelk en/of opvolgmelk is het ijzer in moedermelk wel goed opneembaar. Hierdoor is er ook minder ijzer nodig om toch voldoende binnen te krijgen.

7 Mei hebben we een telefonisch consult met de kinderarts. Naar aanleiding hiervan zullen we beslissen wat te doen. Afstellen, uitstellen, een ziekenhuis dichter bij huis zoeken of toch door laten gaan.
8 Mei gaan we terug naar de gipskamer voor een controle van het gips.

 

Vrijdag 27 april 2012

Vanmorgen slapen we iets minder lang uit doordat onze kamergenoot al vroeg bezoek krijgt van de verpleging.

Ook wij verwachten vandaag veel bezoek van artsen die ons zullen ontslaan. Daarbij wil ik in ieder geval een gipsmeester spreken omdat Elze een wond op haar rug heeft ter hoogte van de gipsrand op haar ruggenwervel.

Maar artsen hebben doorgaans geen haast en omdat ze nu zonder epiduraalkatheter is mag ze van de afdeling. Dus vertrekken we al vlot naar de speelkamer. Daar blijkt men ons te verwachten. Elze krijgt limonade en een koekje en mag bij mij op schoot meedoen met het zingen van allerlei liedjes. Daarna knutselt ze een koninginnedagkroon (lekker weer smeren met plaksel!) met plakkertjes en glitters (ik vind ze nu, een week later, nog terug in haar luiers. Ze zitten vast ook onder het gips!) en we spelen nog een tijdje samen op enkele matten met een huis met geluidjes. Heerlijk even lekker ontspannen genieten van elkaar en het spel zonder het idee dat je in een ziekenhuis bent.

Terug op de afdeling drinkt Elze nog iets en gaat ze slapen. Ondertussen pak ik de tassen in. De verpleegkundige komt opnemen wat Elze allemaal gegeten en gedronken heeft. Dat drinken, daar lijken ze toch weinig van te snappen. Heeft ze vandaag geen borstvoeding op? Nee. Je ziet ze denken: en gisteren heel vaak… Tja… zo werkt het bij voeden op verzoek. En juist als Elze minder lekker in haar vel zit, of zelfs ziek is, drinkt ze veel vaker dan anders. Ze zal het dan meer nodig hebben. Maar voor een doorsnee verpleegkundige is dat lastig, want voeden op verzoek komt in een ziekenhuis niet vaak voor. Daar gaat het vooral op de klok.

Op de gang loop ik de orthopeed tegen het lijf. Hij staat bij de balie en vraagt aan de verpleging waarom Elze hier nog is. De verpleging legt uit dat ze om 13.30 uur nog een antibiotica nodig heeft. (alsof dat thuis niet zou kunnen) Ik wens de arts een goedemiddag en direct verandert zijn houding. Hij vraagt waarom ze antibiotica krijgt. Voor de verpleegkundige antwoord kan geven, knal ik eruit: ‘omdat ze een katheter heeft gehad.’ O natuurlijk, dat is standaard procedure.

Als Elze wakker is komt de gipsmeester langs. Terwijl Elze op mijn buik ligt en het halve ziekenhuis bij elkaar huilt en schreeuwt zaagt de gipsmeester met en heel fijn electrisch zaagje een punt uit het gips op haar rug. Terwijl ze dat doet, trilt heel het gips mee en dat is voor Elze natuurlijk heel eng. Op haar rug plakken ze een soort grote blaarpleister die haar rug verder moet beschermen tegen de soms toch harde randen van het gips.

Als laatste verwacht ik nog de arts die zich zorgen maakt om Elze haar groei. Hij heeft tenslotte nog steeds haar groeiboekje en die wil ik nog even terug. Hij gaat er eens goed voor zitten en vertelt dat Elze zelfs (!) kleiner zal blijven dan ik ben. Ik vraag of dat erg is. Hij vertelt dat het voor sommige mensen lastig is in verband met partnerkeuze. Met grote verbaasde ogen kijk ik hem aan en zeg ‘Ze houdt van hem of ze houdt niet van haar, toch?’ Ja, maar dat kon ik nu wel vinden, hij wilde toch graag meer informatie. Want ik gaf nog borstvoeding en daardoor konden kinderen toch te weinig ijzer binnen krijgen en dat kon de groei belemmeren. Ik sloeg bijna stijl achterover. Voelde me zelfs nog een tel schuldig, maar kon ook geen zinnig antwoord verzinnen. Hij wilde graag een röngenfoto van haar linker hand maken om de botstructuur te bestuderen en te zien of haar lichaam overeen kwam met haar kalenderleeftijd. Daarnaast wil hij een bloed afnemen en urine van haar hebben. Dan gaan ze dat onderzoeken en krijgen we een afspraak met een kinderarts. Ik ben niet enthousiast, maar durf hem ook geen ‘nee’ te verkopen. Dus gewapend met een extra afspraak, nu bij de kinderarts, vertrekken we uiteindelijk uit het ziekenhuis.

Opa en oma rijden ons naar huis (Paul werkt). Elze en ik zitten op de achterbank. Ze houdt mijn hand stevig vast en bijna de hele weg naar huis zingt ze luidkeels onverstaanbare liedjes.

Donderdag 26 april 2012

Om 6 uur zetten ze het toedienen van de pijnstiller via het epiduraalinfuus stil. Vanmorgen om 8 uur wordt Elze wakker en vraagt om borstvoeding. Na de voeding wil ze terug in haar bed en valt ook weer in slaap.

Als ik mijn ontbijt op hem stapt de fysiotherapeute binnen. Zij is gisteren ook langs geweest en heeft een plankje met willen achter gelaten wat we kunnen lenen zodat Elze op haar buik liggend door de kamer kan rijden. Verbaasd kijk ik haar aan. Lenen? Kan dat? Mijn vader heeft net de spullen gekocht om er één te maken. De fysiotherapeute is helemaal verbaasd. Maar vorig jaar heeft ze toch ook gips gehad? En toen geen ‘rola’ geleend? Eh… nee, geen fysiotherapeute gezien ook. Niet??? Nee. De fysiotherapeute vraagt zich af hoe ze toen vooruit kwam. Gewoon tijgeren. Met grote verbaasde ogen kijkt ze me aan. Kon ze dat? Eh… ja, ze is sterk.
Vandaag geven we de rola weer terug. Elze is niet van plan erop te gaan liggen. Ze gaat er telkens direct op zitten. Ook als we haar er liggend op leggen, zit ze in no-time weer recht op. Dat is gevaarlijk, want dan kantelt het plankje. Weg plankje dus. We nemen wel het houten fietsje van thuis. Dat zal wel beter gaan.

Ondertussen slaapt Elze nog steeds. Ze slaapt tot een uur of 11! Dan wil ze eruit. Toevallig staan net de verpleegkundige en een pedagogisch medewerker bij me als ze weer begint te spugen! Gelukkig vertrouwde ik het al niet en had er al een handdoek bij gepakt. Het meeste belandt daar in.

Dan krijgen we een kamergenoot. Een jongetje voor 1 nachtje. Afleiding dat wel, maar ook wat minder ruimte ;)

De rest van de ochtend hangt ze bij mij op schoot. We beginnen maar weer met ‘keuju’ en wachten tot het middag wordt. Net als het écht moeilijk wordt stapt er een man binnen. Elze wil al gaan jammeren, maar dan ontdekt ze geen witte jas. Vreemde actie. Hij vraagt of hij een tekening mag maken en laat Elze zijn etui met potloden zien. Elze is gelijk stil en verlegen-geïnteresseerd. Eerst tekent hij een prachtige vis, vervolgens een konijn en een poes. Elze verzamelt de tekeningen en aan het eind mag ze een potlood met beest uitzoeken. Er verschijnt een glimlach op haar gezicht als hij een grapje uithaalt met het potlood. De man blijkt van de organisatie www.tekenenvoorkinderen.nl.

Dan gaat ze nog even slapen en heb ik mijn handen weer even vrij.
Vlak nadat ze wakker wordt komen opa en oma met Luuk op visite. De andere opa en oma. Inmiddels heb ik weer een zielig hoopje mens tegen me aanhangen. Vandaag geen balspelletjes met Luuk in bed, maar hangen bij mamma.

En dat hangen blijft, ook als opa, oma en Luuk weg zijn. Hangen en borstvoeding drinken, daar bestaat de dag van vandaag uit. Zo goed als het gisteren ging, zo moeilijk is het vandaag. Als Paul om 17.00 uur binnen stapt kan ik haar eindelijk los laten en naar de wc gaan!

Elze geeft regelmatig aan pijn te hebben . De verpleging kan niet zoveel doen. Ze mag geen diclofenac zolang het infuus nog in haar rug zit ivm kans op bloedingen. En het verwijderen hiervan mag alleen een anesthesist. Die heeft het alleen zo druk en zal pas aan het einde van de dag komen.
Als ze dan eindelijk komt mogen gelijk alle slangen eraf! Nu wordt het wel opletten geblazen met de luier, want zonder katheter verwachten we natte luiers en dat kan nat gips opleveren. Voorzichtig proppen we een kleinere luier tussen het gips. Dit levert tranen op, want we duren precies op de gevoelige plekken… Daarom laten we het in de hoek waar de operatiewond en de blauwe plekken zitten toch maar over het gips heen zitten. De rest friemelen we er zoveel mogelijk onder. Om de losse luier op zijn plek te houden gaat er een grote luier maat 5 overheen. Ze krijgt ook gelijk extra pijnstiller.

Elze knap direct op. Maar ik moet zeggen: het lucht ook mij op! Eindelijk kan je haar oppakken zonder dat je snoeren in de knoop draait of erger. Het katheter deed pijn wanneer het bewoog (gelukkig plakten ze het vaak vast op het gips, maar dat ging steeds los). En nu kunnen we haar vasthouden en meenemen van de kamer af. Niet dat we dat doen, het is bedtijd en onze kamerbewoner gaat naar bed. Ook wij maken de kamer slaapklaar. Elze leggen we maar in bed. Maar die heeft in de middag even geslapen en na vanmorgen natuurlijk erg lang, zij is nog lang niet moe. De moeder van de kamerbewoner gaat naast haar zoon op bed televisie liggen kijken en Elze kan zo de slaap niet vatten. Vervelend vindt ze het niet. Ze herhaalt alles wat moeders zegt. Paul en ik zitten op de gang en vermaken ons prima met het luisteren naar onze papagaai. Als moeders hard ‘NEE’ roept naar zoonlief als ze denkt dat hij zijn infuus eruit getrokken heeft, roept ook Elze op dezelfde toon ‘nee!’ Ik doe alsof ik het niet gehoord heb en ga thee halen!

Eindelijk valt ook Elze in slaap. Als Paul naar huis is, lees ik mijn boek op de gang helemaal uit en maak de wisseling van de nachtploeg mee. Apart leven, het leven in een ziekenhuis, maar niet ongezellig. Eén van de verpleegster biedt me zelfs nog wat te drinken aan als ze drinken in schenkt voor haar collega’s.

Ik ga naar bed met het idee dat we morgen naar huis mogen! Fijn.

Woensdag 25 april 2012

Deze morgen slapen we uit. Om 8.00 word ik wakker. Snel even naar de ouderkamer voor het ontbijt, anders is het op. Als ik met mijn buit terug kom slaapt Elze nog. Verschillende mensen komen binnen maar Elze slaapt nog heerlijk verder. Om 8.15 uur doet ze een oog open.

Vandaag is ze erg vrolijk. De medewerkster van de pedagogische dienst komt speelgoed brengen, klei, 2 knutselwerkjes en potloden en enkele kleurplaten. De hele ochtend zijn we aan het ‘keuju’ (=kleuren) op schoot. Daarna plakt Elze de schubben van een vis in haar bed. Met kussens maken ik het haar gemakkelijk en met de plank-met-kussen gaat het super. Vooral het smeren met de plaksel is een geweldige bezigheid. En dat smeert ook heel lekker op je hand en op je tenen.

Om de ochtend te breken mogen we naar beneden voor een foto. Een röntgenfoto vindt Elze altijd een drama. Ze begint al te huilen als ze de kamer binnen komt. Ook nu. De verpleegster die ons begeleidt (vanwege het epiduraalinfuus http://www.hagaziekenhuis.nl/a-tm-z/behandelingen/epiduralecaudale-corticosteroïd-toediening.aspx mogen we niet zonder begeleiding van de afdeling af; dus ook geen speelkamer) stelt voor om even bij het grote aquarium in de hal te gaan kijken als we klaar zijn. Heerlijk! Hier ruikt het naar buiten doordat er af en toe frisse lucht binnenkomt via de draaideur. Even uit het kleine kamertje, terug in de wereld lijkt het wel.

Halverwege de dag komt een arts vragen hoe het gaat. Eigenlijk gaat het vandaag heel goed. Hij vraagt of ik me ervan bewust ben dat Elze klein is voor haar leeftijd. Ja, dat ben ik. Ze was al klein bij haar geboorte, maar het valt nog mee vergeleken bij Luuk. Hij was zelfs dysmatuur! Ik maak me geen zorgen. Hij wel, lijkt het, en hij vraagt naar het groeiboekje. Dat ligt nog thuis, maar morgen kunnen we hem dat geven.
Wij vinden het wat vreemd dat Elze van die dikke ogen blijft houden. Zou dat van  het huilen van gisteren kunnen zijn? Nog steeds? Ook haar voeten en benen blijven dikker dan normaal. Dit gaat hij navragen, maar blijkt van het vocht te zijn wat ze heeft gekregen tijdens de operatie en in geringe mate nog steeds via haar infuus krijgt toegedient.

Als Elze wakker wordt en we even afgeleid zijn staat ze op haar voeten aan de rand van haar bed! Help! Niet ook al staan! Ik haal haar er zo snel mogelijk uit en neem haar maar weer op schoot. We zetten ons maar weer aan het ‘keuju.’

‘s Middags komen opa en oma op visite, zij hebben Luuk opgehaald en meegenomen. Elze en Luuk zetten we allebei in haar bed met een bal. Ze rollen een tijd over en hebben het erg naar hun zin. Ondanks de draden (katheter, infuus en epiduraalinfuus) is Elze vrolijk en gezellig.

De orthopeed komt nog even langs en vindt dat het erg goed gaat. Het staan is niet iets waar hij enthousiast van wordt, maar hij weet dat we haar niet kunnen weerhouden. Het zou fijn zijn als ze de eerste 2 weken wat rustiger aan doet, maar dat zal lastig zijn. Hij wil dat we morgen de pijnstilling via het epiduraalinfuus stopzetten om te kijken hoe ze het zonder doet. Als dat goed gaat zullen we morgen ook naar huis kunnen!

Als Paul aan het einde van de dag komt, kan ik even bij Elze weg. Even eten en met mijn eigen gedachten alleen zijn. Het gaat goed, maar de zorg is intensief.
We hebben nog steeds een kamer voor ons alleen en ook deze nacht slapen we goed. Om 03.00 uur krijgt Elze een paracetamol (elke 8 uur trouwens) waar ze even wakker van wordt en dan weer verder slaapt.

Dinsdag 24 april 2012

Ik zorg dat ik vroeg wakker ben. Om 6.45 uur zal de verpleging de verdovende zalf op Elze haar handen smeren. Wat Elze daar precies van vindt betwijfel ik en daarom zorg ik dat ik klaar ben met alles wat ik te doen heb. Dus om 6.15 uur sta ik naast mijn stretcher.

Elze vindt de zalf echter prima. Ik verwacht dat ze zal willen eten en drinken, maar ook daar vraagt ze niet om. Om 7.15 uur stapt Paul binnen. We kleden Elze om in haar berenjurk en laten haar nog even lekker spelen en rommelen, klimmen en klauteren. Nu kan het nog.

Om 7.45 uur worden we opgehaald om mee te gaan naar de OK beneden. Elze vindt het prima. Even vrolijk als anders zit ze op mijn arm en zwaait nog vrolijk naar pappa. Beneden moeten we lang wachten. Ik kleed me vast om in een gele jurk-jas en zet een blauw petje op mijn hoofd. Elze vindt het even vreemd, maar laat het daarna voor wat het is. We doden de tijd met het bekijken van de muurschildering: een eiland met allerlei kleine details.

Dan mogen we verder en worden opgewacht door een zestal mensen. De orthopeed komt bij ons zitten en checkt of dit werkelijke Elze is en of de pijl nog op het juiste been staat. Daarna verdwijnt hij en neemt de anesthesist het over. Zij haalt de stickers van Elze’s handen en veegt de zalf weg. Vervolgens prikt ze de infuusnaald in één keer goed in Elze’s hand. Elze geeft geen kick. De verdovende zalf doet zijn werk perfect. Al die tijd zit Elze bij mij op schoot, maar vanaf nu moet ze op de brancard omdat ze weg zal vallen als ze het narcosemiddel inspuiten.
Vanaf dan vindt Elze het niet leuk. Ze doet alles wat in haar macht is om op mij te klimmen. Gelukkig mag ze tegen mij aan zitten en hoeft ze niet te liggen. Ze spuiten eerst een heldere vloeistof naar binnen en dan het narcosemiddel wat eruit ziet als melk. De pedagogisch medewerker en anesthesist noemen het slaapmelk. Elze stribbelt tegen. Een tweede dosis moet eraan te pas komen en dan valt ze weg in mijn armen. Voorzichtig leg ik haar neer en geef haar een kus. Een man neemt alle zorg voor haar hoofd over. Haar ogen draaien weg en zijn nog open. Iemand geeft het zuurstofkapje aan en ik kijk de anesthesist aan met tranen in mijn ogen. Dan weet ik niet hoe snel ik weg moet komen.
In de gang stort ik in bij de verpleegkundige die met me meegelopen was. Verschrikkelijk wat voel ik me ellendig. Na een tijdje herpak ik mezelf en loop verdrietig naar boven. Daar zit Paul te wachten en bij hem huil ik nog een rondje verder.

Dan begint het lange wachten…. 2,5 uur worden bijna 3,5. De eerste tijd lees ik nog een boek, het laatste uur loop ik zenuwachtig heen en weer of kijk naar buiten zonder iets te zien. Dan komt de verpleegkundige om me te halen en ik ren achter haar aan naar beneden. Gelukkig nemen we weer de trap.

In de uitslaapkamer is een verpleger bezig met Elze die haar bed afbreekt. Haar pop ligt in de hoek van de kamer. De verpleger probeert een speen op een flesje suikerwater te draaien zodat Elze kan drinken, maar dat is lastig doordat Elze al probeert te draaien. Ze moet op haar rug liggen, maar daar denkt zij duidelijk anders over. Als ze me ziet, begint ze te huilen. Het flesje suikerwater knalt ze de verpleger uit zijn handen op de grond waarna hij zuchtend aan een nieuwe speen op het flesje gaat draaien. Hij vraagt mij of ze pijn heeft. Ik krijg slecht contact met Elze. Ze draait, schreeuwt en huilt. Ik krijg het idee dat ze boos is en ik vraag haar dat. Van diep uit haar buik klikt hard en grondig: ‘JA!’ Vanaf dat moment heb ik contact. Ik vraag haar of ze wil drinken. Ze geeft aan dat ze mijn borst wil. Ik vraag of dat mag, want ja, zij moet op haar rug blijven liggen. Desnoods ga ik erboven hangen, denk ik. Maar de verpleger haalt een stoel. Hij haalt Elze uit bed, want ze zit aan allerlei snoeren en legt haar in mijn armen. Ik vraag of ze pijn heeft en zacht zegt ze ‘ja.’ Terwijl ze bij mij drinkt krijgt ze een extra pijnstiller in het infuus. Dat moet in 10 minuten werken. Gelukkig helpt het ook.
Als ze rustiger wordt is er ruimte voor haar en voor mij om rond te kijken. De verpleger helpt intussen een ander en stelt zich netjes voor als de moeder van het kind achter ons binnen komt. Iets wat bij ons helemaal niet is gebeurd, bedenk ik me. Dit kind is ook veel rustiger dan Elze. Het huilt niet eens! Ze wil niet van mijn borst los en ik vraag me af hoe we boven moeten komen. Ik vraag haar of ze naar pappa wil. Ze wordt direct enthousiast. Ik leg uit dat ze dan even in het bed moet. Dat wil ze niet, maar toch legt ze zich er na 3 tranen bij neer.

Boven komt ze verder tot rust in Pauls armen. Eindelijk even geen heisa meer. Na een tijdje wordt ze moe en valt aan de borst in slaap. We leggen haar voorzichtig in bed.
Als ze wakker wordt heeft ze honger. Ze krijgt wat vla en later een boterham. Alles lijkt goed te gaan. Tot ze na een tijdje bij mij op schoot zit en alles er in één keer uitgooit. Zowel zij als ik zitten onder. Het gips is al direct vies! Zo goed en zo kwaad als het kan maken we haar schoon. Voor mij zit er niets anders op dan te gaan douchen als Elze schoon is.
Nu ze leeg is, wil ze gelijk weer eten. We proberen nog maar weer iets.
Maar ook dat komt er een paar uur later weer uit, als ik haar vast heb. Deze keer weet ik haar alleen net op tijd weg te draaien en ligt het meeste op de grond. De verpleegkundige besluit iets tegen de misselijkheid te geven. Dat helpt. Het eten blijft erin en het gaat beter. Zo goed dat we haar even later op haar knieën zien zitten in haar bed. De verpleegkundige staat versteld! De meeste kindjes met gips liggen netjes op hun rug. Elze heeft knalroze gips van haar middel tot net boven haar knieën. Beter dan vorig jaar, toen zat het tot haar enkels. Maar hierdoor kan ze nu wel meer bewegen en daar maakt ze direct gebruik van. Ze lijkt de beweging van vorig jaar nog te beheersen, want op de uitslaapkamer kan ze al draaien met gips. Vorig jaar lukte haar dat na een aantal weken pas. En nu zit ze dus op haar knieën. Het lijkt me niet heel verstandig als ze een paar uur daarvoor je heupbot hebben ingezaagd, maar hoe hou ik haar tegen? Ik heb gezien hoe ze met de verpleger beneden heeft gevochten, ik vraag me af waarom ik dat wel zou winnen en besluit de wedstrijd niet aan te gaan. We horen wel wat de arts ervan vindt.

De arts vindt het beter dat ze op haar rug ligt en het niet teveel belast, maar ja, zegt hij. Dat gaat bij haar niet lukken…. dus ja… ja…. ja…
Hij vertelt dat de operatie erg goed is gelukt. Het zit erg strak en hij heeft gelukkig geen stalen pin nodig gehad. Hij kon het met een botslinter van de heupkam af.

Ook het avondeten blijft binnen en we besluiten ons klaar te maken voorde nacht. Elze slaapt al snel, net als thuis, op haar buik. We hebben haar geprobeerd op haar rug te leggen. Ze heeft erg dikke voeten en benen vanwege het vocht, maar ze draait zich in hoog tempo op haar buik. Net als thuis. Dan maar op haar buik, besluiten we in overleg met de verpleging. Slaap en ontspanning is ook veel waard. We hebben nog steeds geen kamergenoot en die nacht slapen we beter dan de nacht ervoor.

Maandag 23 april 2012

Om 14.00 uur moeten we ons melden in het ziekenhuis. Op de heenweg rijden we langs opa en oma om de spullen van Luuk te brengen. Luuk is op school en opa en oma halen hem daar op.
Een uurtje later komen komen we bepakt en bezakt aan bij het opnamebureau in het JKZ. De vriendelijke medewerkster brengt ons naar de afdeling.

Daar staat een bedje klaar met daarboven een plaatje met ‘Welkom Elze.’

Al snel komt er pedagogisch medewerkster Mascha langs met een bakje en pop om Elze voor te bereiden op de operatie. Ze laat Elze het jasje zien wat zij aan krijgt en ook het schort van mij en het mutsje van de anesthesist. Alles mag ze aanraken en uitproberen. Ze laat de zalf zien die ze op haar handen krijgt met de pleister. Het wordt voorgedaan bij de pop. Dan halen ze het er weer af en binden met een band het armpje van de pop af en ’prikken’ ze het infuusje erop. Met een spuitje laten ze de pop in slaap vallen. Precies zoals het ook bij Elze zal gaan. Als laatste laat ze nog het zuurstofkapje zien wat Elze misschien nog mee zal krijgen. Waarschijnlijk zal ze dat niet bewust meer meemaken.
Omdat Elze ook nog een vingerprik krijgt om haar HB te bepalen oefenen we dat ook nog even.
Elze luistert en bekijkt alles aandachtig. Ze lijkt heel goed te begrijpen wat we doen.

Hierna volgt een gesprek met de (zaal)arts en gaan we naar beneden voor de vingerprik. Dapper wandelt Elze met me mee om een pleister te gaan halen. Bij het prikje trekt ze even een boos gezicht, maar verder geeft ze geen kik. Gewillig laat ze de verpleegkundige 2,5 ml bloed uit haar vinger duwen in een klein buisje. Trots op haar mooie olifanten pleister om haar vinger en om het handje van haar pop loopt ze weer naar buiten. Bij de deur draait ze zich nog even om en roept: ‘doei!’

‘s Avonds eet ze spagetti in een kinderstoel en komt om 18.30 uur de orthopeed nog even langs. Hij tekent een mooie pijl op haar rechter been met een watervast marker en wenst ons een goede nacht.
Dan doen we Elze nog één keer uitgebreid in bad en gaat ze lekker slapen.

Zelf slaap ik die nacht onrustiger dan anders. Gelukkig hebben we een kamer voor ons alleen omdat het andere bed leeg is. Het zal al vroeg dag zijn.

the day before

Zo. De tassen zijn gepakt. De spullen staan klaar. De kinderen slapen. Elze niets vermoedend. Of misschien toch niet??

In de tassen zitten verschillende cadeautjes. Lieve cadeautjes van buren en vrienden voor Elze voor in het ziekenhuis, een tas vol cadeautjes voor Luuk (voor elke dag één), iets leuks voor opa en oma (hopelijk lezen ze dit pas dinsdag of zo, anders is de verrassing eraf) en ook nog een cadeautje voor mij (van mijn collega’s: een stapel tijdschriften).

De meeste voorbereidingen zijn getroffen. Bij de Vereniging voor mensen met een Aangeboren Heupafwijking (VAH) hebben we een aangepast autostoeltje gehuurd. Tenminste dat proberen we. We staan bovenaan de lijst en we hopen hem voor vrijdag te hebben en te kunnen gebruiken.
Bij Kiek Hip Wear (waar Elze vorig jaar een fotoshoot voor deed) hebben we een aangepaste kinderstoel gehuurd, zodat ze straks ook nog lekker zittend kan spelen. Die stoel komt vrijdag met de post.

En verder zullen we het maar over ons heen moeten laten komen. We zullen het gaan ervaren. Tot over een weekje.

hulp troepen ingeschakeld

Voor Luuk is de naderende ziekenhuisopname van Elze best moeilijk.
Vorige week heb ik er met hem uitgebreid over zitten praten. Zo ver als mogelijk uitgelegd wat ze gaan doen en hem gevraagd hoe hij denkt dat Elze zich zal voelen en wie ze daar nodig heeft.

Dat laatste was gemakkelijk voor hem: ‘God, Jezus, de dokter en jou!’
‘God en Jezus zijn er altijd, de dokter is er ook in het ziekenhuis en ik wil er ook graag voor Elze zijn. Maar wie zorgt er dan voor jou?’
‘Pappa!’
Ja, maar dat ging dus niet zo makkelijk. ‘Want hij moet ook veel in het ziekenhuis zijn om voor mij te zorgen en hij moet ook werken.’
Toen bedachten we dat hij dan bij opa en oma mocht logeren die week. Dat was wel heel fijn, vond Luuk.

En toch had het gesprek een grote invloed. Dat merkten we die nacht. (nat bed) Maar we merken het ook overdag: hij is gaan knutselen voor Elze, ’want het is heel zielig voor haar.’ En hij heeft duidelijk een korter lontje. Snel boos, in tranen en moe.

Het valt ook niet altijd mee om grote broer te zijn!